Wat doet de kinderfysiotherapeut?

De kinderfysiotherapeut is gespecialiseerd in het behandelen van kinderen van nul tot achttien jaar met een achterstand in hun motorisch functioneren.
Gedurende de ontwikkeling van het kind behoren bij elke leeftijd een aantal vaardigheden, die het kind moet beheersen. De meeste kinderen leren nieuwe vaardigheden door te bewegen en te spelen. Zo ontwikkelen ze hun zintuigen en motoriek en groeien toe naar de volwassenheid.

Bij sommige kinderen duurt dat langer of wijkt de ontwikkeling af van wat gebruikelijk is. Dit kan komen door een aandoening aan de zintuigen, het zenuwstelsel, de organen of het houding- en bewegingsapparaat. Hierdoor kunnen kinderen te weinig motorische ervaring op doen. Ze hebben meer en specifieke oefening nodig om een bepaalde vaardigheid onder de knie te krijgen

Wanneer dit het geval is, kan het kind worden doorverwezen naar de kinderfysiotherapeut.

 

Hoe wordt het kind doorverwezen?
Indien er bij een kind door ouder(s)/verzorger(s), huisarts, specialist, jeugdarts, consultatiebureau-arts of leerkrachten problemen worden gesignaleerd die de motorische ontwikkeling van het kind kunnen belemmeren, dan kan een kind bij de kinderfysiotherapeut terecht.

Sinds 01-01-2006 kan een kind bij de kinderfysiotherapeut terecht zonder een verwijzing van een arts. Dit noemen wij directe toegankelijkheid.
De kinderfysiotherapeut voert dan bij aanmelding eerst een screening uit. In een screening wordt er gekeken of er sprake is van een afwijkende motoriek die duidt op een noodzaak voor kinderfysiotherapie, of die wijst op andersoortige problematiek. De kinderfysiotherapeut screent binnen het eigen competentie gebied. Als een patroon van tekenen en symptomen door de kinderfysiotherapeut niet wordt herkend, zal deze de patient/ouder(s)/verzorger(s) adviseren alsnog naar de huisarts te gaan.

 

Hoe verloopt het verder?
Na de screening doet de kinderfysiotherapeut een intake en een onderzoek.
Bij de intake stelt de kinderfysiotherapeut eerst een aantal vragen aan de ouders/verzorgers over wat het specifieke probleem is en hoe de ontwikkeling van het kind tot nu toe is verlopen.

Daarna observeert de kinderfysiotherapeut het kind en gaat na of er bijzonderheden opvallen in het spontaan bewegen van het kind.
Tenslotte volgt een algemeen kinderfysiotherapeutisch onderzoek, waarbij indien nodig ook toegevoegde gestandaardiseerde testen kunnen worden afgenomen.

Zo krijgt de kinderfysiotherapeut een zo compleet mogelijk beeld van de motoriek en de vaardigheden van het kind.  De kinderfysiotherapeut bespreekt de gevonden resultaten met de ouder(s)/verzorger(s) en stelt in overleg met hen een behandelplan op.
Ook kan het nodig zijn dat er nog extra informatie wordt ingewonnen bij de leerkracht, kinderarts of andere behandelaars.

De behandeling bestaat hoofdzakelijk uit oefentherapie, waarbij kinderen op een speelse wijze en met behulp van kindvriendelijke materialen hun motorische vaardigheden kunnen verbeteren. Bij zuigelingen of peuters vindt de behandeling ook plaats in de vertrouwde omgeving van het eigen huis.
Tijdens de behandeling heeft de kinderfysiotherapeut veelvuldig contacten met de ouders/verzorgers, die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van hun kind.